Gemodelleerde rotsformatie

Barbara Heijl, mei 2019

 

Op de grens tussen land en water staat het Victoria & Albert Museum in Dundee, een stad in het noorden van Schotland. Het ontwerp van Kengo Kuma & Associates heeft overhellende gevels, opgebouwd uit vlakken die steeds onder een andere hoek staan. Horizontale banden van geprefabriceerd beton benadrukken de complexe contouren van het museum. Het volume krijgt zodoende een gelaagdheid, die doet denken aan uitgesleten krijtrotsen. De circa 1.000 verschillende panelen, benodigd voor het volgen van deze vorm, zijn gemaakt met verstelbare stalen mallen.

 

vorige

 

Schotland is met circa 65 inwoners per km² één van de dunstbevolkte gebieden in Europa. Dundee is met ongeveer 141.000 inwoners de op drie na grootste stad van het land. Het merendeel van de Schotse bevolking (ongeveer 80%) woont in het centrale laagland, in de industriële driehoek Dundee, Edinburgh, Glasgow. Het nieuwe design-museum is het eerste V&A museum buiten Londen en heeft als doel de cultuur van het land te promoten. De vorm van het gebouw is dan ook geïnspireerd op de ruige schoonheid van de Schotse kliffen.

 

Revitaliseren haven

Het nieuwe museum maakt deel uit van een herontwikkelingsplan van 240 ha grond langs 8 km kade van de rivier. Het traject zal ongeveer dertig jaar in beslag nemen en is gestart in 2001. Naast het museum is een nieuw park aangelegd Slessor Gardens, waar onder meer live muziek en evenementen plaats vinden. Ook ligt het ontdekkingsschip Discovery naast het museum voor anker. De driemaster, gebouwd in Dundee, is beroemd door haar tochten naar Antarctisch gebied met de Britse marineofficier en ontdekkingsreiziger Robert Falcon Scott (1868 – 1912).

 

Gegrond op de oorsprong

Het gebouw als scheepsromp refereert aan de ontstaansgeschiedenis van Dundee. De stad is begonnen als nederzetting langs de belangrijke handelsader, de rivier de Tay, die uitmondt in de Noordzee. Het museum staat nu op de plek waar vroeger het bruisende hart van de havenactiviteiten was en waar schepen werden gebouwd. Door het gebouw te omringen met water, is deze verwijzing versterkt. Het gebouw bestaat uit twee bouwdelen die naar boven toe verbreden en op de bovenste verdieping met elkaar versmelten. Op de onderste verdiepingen ontstaat zodoende, midden tussen deze volumes, een boog. De boog kadert het zicht op de rivier vanuit de stad in. Het is mogelijk om hier als voetganger onderdoor te lopen. Het is een knipoog naar de Royal Arch, in 1844 gebouwd om koningin Victoria en prins Albert te verwelkomen in de stad. De boog is later gesloopt omdat deze plaats moest maken voor de Tay Road Bridge.

 

Faciliteiten

Het museum biedt een scala aan tentoonstellingsruimten, een auditorium, een learning centre, ontwerpstudio's, een winkel, een café en een restaurant met uitzicht over de rivier. Zowel fysiek als functioneel is het gebouw op de begane grond in tweeën gesplitst. In het ene bouwdeel is het publieke programma ondergebracht. Het andere bouwdeel is op deze verdieping alleen toegankelijk voor personeel, met daarin onder andere ruimte voor de toe- en afvoer van goederen en voor werk aan de collectie. De bovenste verdieping van het gebouw, waar de volumes zijn samengevoegd, vormt een grote aangesloten galerieruimte.

 

Origamischaal

Al vanaf de start van de Europese aanbesteding is er een nauwe samenwerking tussen de teams van de architect, de constructeur en de aannemer. De partijen werkten met een integraal 3D-model. De initiële plannen waren voorzien van 600 mm dikke wanden en een heel zware stalen draagconstructie. Met behulp van 3D-modellen en rekenprogramma's kon de uiteindelijke dikte van de buitenwanden worden gehalveerd en is het stalen skelet opgebouwd uit veel slankere liggers.


Al is het gebouw op de lagere verdiepingen in tweeën gesplitst, de contour van het gebouw werkt als één schaal dankzij de verbinding van de volumes op de bovenste verdiepingen. De 'vouwen' in de wanden zijn zo geplaatst dat zij, net als bij de vouwen in het papier van origami, het geheel stijver maken. De overhellende gevels hebben overstekken tot wel 19,8 m. Ze zijn via stalen vakwerken verbonden met betonnen stabiliteitskernen.

 

Maatgeving gevel

De benodigde maattoleranties zijn gebruikt als vormgevend element in de uitwerking van de gevel. Zo variëren de geprefabriceerde betonnen gevelpanelen in diepte. Dit maakt het gevelbeeld minder statisch en zorgt ervoor dat eventuele maatafwijkingen minder opvallen. Tussen naast elkaar geplaatste betonelementen zit een flinke ruimte, het voorkomt problemen door zettingen en vergemakkelijkt het plaatsen. Net als bij metselwerk liggen deze verticale 'voegen' versprongen ten opzichte van elkaar. De panelen variëren in lengte en gewicht, met een maximaal gewicht tot twee ton en een maximale lengte van vier meter.

 

Witte klif

Er is een zorgvuldige afweging gemaakt voor het bepalen van het betonmengsel van de gevelpanelen, met de grillige kliffen in gedachte. In plaats van een glad oppervlak was daarom een robuuste textuur in een lichte kleur gewenst. Meerdere mock-ups zijn hiervoor beoordeeld. Uiteindelijk is gekozen voor wit cement met hergebruikt, wit granulaat en zand als toeslagmateriaal. Dit gaf het betonmengsel haar kleur. Het beton is verdicht door de mallen te laten vibreren. Er is een vertrager toegevoegd om de hydratatiereactie te vertragen, zodat er voldoende tijd was het oppervlak uit te wassen om het granulaat bloot te leggen.

 

Bouwpuzzel

De bouw van het museum heeft ongeveer drie jaar in beslag genomen. Eerst is een deel van de rivierbedding droog gelegd met de aanleg van een tijdelijke kofferdam van 12.500 ton steen, zo ontstond een dok. Daarna is een toegangsweg gebouwd rondom de rooilijn van het gebouw, werd de fundering aangebracht en zijn de twee betonnen stabiliteitskernen gestort. Vervolgens zijn de stalen binnenwanden opgericht, die de overhellende buitenwanden verbinden met deze kernen. Hierna is gestart met de bouw van een zeer complexe structuur van tijdelijke ondersteuning voor de bekisting. De gevels van beton, achterconstructie van de geprefabriceerde panelen, zouden namelijk pas zelfdragend zijn als het geheel was uitgehard en de stalen constructie van het dak was afgerond.

 

Fresen, storten, hijsen

De betonplex bekisting van de in het werk gestorte gevels is met CNC-machines uitgefreesd op basis van de gegevens uit het 3D-model. De bekisting is in delen geproduceerd op vijf verschillende vestigingen van de leverancier. In de wanden zijn vervolgens kanalen ingegoten ten behoeve van de bevestiging van de prefab gevelelementen.
Voor de fabricage van de 2.429 betonnen gevelpanelen is een efficiënte bekisting op maat gemaakt. De achterzijde van de betonnen gevelelementen loopt overal evenwijdig aan de gevel. Aangezien de hoek van de gevel flink varieert, is er dus ook een groot aantal verschillende gevelpanelen. Daarom zijn stalen, aanpasbare mallen gemaakt, waarbij de achterzijde van de mal kon worden versteld in iedere gewenste hoek. Op deze manier is de hoeveelheid bekistingsmateriaal tot een minimum beperkt. Een voor dit project ontworpen bevestigingssysteem met roestvast stalen haken maakte een hoge bouwsnelheid mogelijk. De gevel is twaalf weken eerder opgeleverd dan gepland. Het monteren van de gevelpanelen duurde in totaal ongeveer zeven maanden.

 

Video: Architect aan het woord

 

 

 

Projectgegevens Victoria and Albert Museum, Dundee, Schotland

 

OPDRACHTGEVER:

Dundee, Scotland UK

 

GEBRUIKER:

V&A Museum Dundee

 

ARCHITECT:

Kengo Kuma & Associates 

 

CONSTRUCTEUR:

Arup

 

AANNEMER:

BAM Construction

 

 

UITVOERING BETON:

Carey

 

GEVELBOUWER:

Techrete

 

TOTAAL VLOEROPPERVLAK:

8.900 m2 bruto

 

PERIODE:

ontwerp:  2010

start bouw: 2015

oplevering: 2018

 

 

 

 

Downloads

 

Download de pdf van het artikel