ME De Boel Header daktuin

Betonnen kathedraal met daktuin

Foka Kempenaar, juli 2020

Hoe kale betonnen kolommen de uitstraling van een gebouw ook figuurlijk kunnen versterken, bewijst De Boel. Wanneer je dit gewilde Amsterdamse woon-werkgebouw binnengaat, springt het imposante betonnen gebouwskelet direct in het oog. Waar je ook niet omheen kunt, is de 700 m2 grote, gezamenlijke daktuin. Deze werd mogelijk door een versterkte betonnen druklaag toe te voegen aan de dakconstructie.

vorige

 

De Boel is een appartementengebouw aan de gelijknamige Boelelaan. Oorspronkelijk gebouwd in 1967 aan de rand van de nieuwe Amsterdamse uitbreidingswijk Buitenveldert, en in 2016 grondig getransformeerd door Van Heeswijk Architecten. Nu grenst het tevens aan de dynamische Zuidas van de hoofdstad. Een gegeven waar de Deense kunstenaar Victor Ash naar knipoogt, met zijn afbeelding van een zwarte stier op de kopgevel: ‘Black Bull’ is een term voor economische groei.

Voor de transformatie van de Boel is het concept ‘Share and Create’ ontwikkeld. Zo zijn 154 compacte, betaalbare woningen voor starters gerealiseerd en gecombineerd met hoogwaardige gedeelde voorzieningen. Op de eerste verdieping heeft opdrachtgever Vesteda haar hoofdkantoor gevestigd. Uitgangspunten bij de transformatie waren energietransitie (het gebouw moest flink zuiniger worden), uitstraling (aantrekkelijk maken voor nieuwe doelgroep), plus het opwaarderen van de functionaliteit.

Het resultaat van de transformatie mag er zijn: De Boel is een gewilde woon- en werkplek. Een succes dat volgens projectarchitect Dick de Gunst (tegenwoordig werkzaam bij DP6 architectuurstudio), direct voortvloeit uit de integrale wijze waarop het ontwerp- en transformatieproces is ingestoken: “De kans dat een transformatie goed verloopt en dat je een kwalitatief hoogwaardig pand oplevert, wordt vele malen groter als je al vanuit de bouwtechnische oorsprong zorgt voor een gezonde basis. Vervolgens moet je je plan zo doorontwerpen, dat je alle functies meeneemt bij het zoeken naar slimme oplossingen. En dan bedoel ik ook echt alles. Van bouwtechniek tot en met de beplanting van het buitenterrein.”

vorige

 

Beton met potentie

Voorafgaand aan de daadwerkelijke transformatie was er behoorlijke twijfel: gaan we het gebouw afbreken of behouden? Die aarzeling hing samen met de revolutionaire aanpak waarmee dit gebouw in 1967 verrees. De oorspronkelijke constructie bestaat uit baksteenmontagebouw van tien lagen, gecombineerd met een betonskelet met daarin superlichte kanaalplaatvloeren. Op zich een knap concept voor die tijd, maar het betekende voor het transformatieteam dat het pand constructief en geluidstechnisch verre van optimaal in elkaar zat. Bovendien was het pand inmiddels verloederd.

Toch zag de architect direct potentie, en raadde aan het pand eerst maar eens geheel te strippen. Een maagdelijk casco geeft immers beter zicht op wat je daar eventueel mee zou willen. Dat pakte goed uit. In het pand, dat voorheen bekendstond als ‘kruip-door-sluipdoor’ vol bedompte gangen, kwam volgens De Gunst een ‘betonnen kathedraal’ tevoorschijn: een stoer schouwspel van betonnen pilaren, inclusief oorspronkelijke oranje bekistingslatjes, en opvallende betontrappen.

Vervolgens was ook de opdrachtgever overtuigd: de bijna maagdelijke, onaangetaste betonnen kern moest zichtbaar blijven, net als veel van de leidingen die bij het strippen tevoorschijn kwamen. Vanwege de robuuste look, maar ook met het oog op gemakkelijker onderhoud en beheer.

Voor een nieuwe uitstraling van De Boel is gezocht naar ingrepen om het gebouw weer uitnodigend te maken. De betonnen liftschachten zijn voorzien van de gebouwnaam 'De Boel' en tonen zich als rustige donkere bakens, terwijl de entreehallen en trappenhuizen met hun felle kleuren opvallen en goed zichtbaar zijn. De gesloten kantoorgevels op de eerste verdieping zijn vervangen door volglazen gevels over de hele lengte van het gebouw. Daardoor is een soort grote etalage ontstaan, en oogt het pand nu heel transparant. De eerder zo gesloten garageboxen op de begane grond zijn bovendien voorzien van glazen deuren en geschilderd in felle kleuren. De boxen kunnen flexibel gebruikt worden door ondernemers: als pop-up stores, maar ook als garages voor elektrische auto’s.

vorige

 

Gewapend polderdak

Qua draagconstructie is er in de hoofdopzet van het pand niet veel gewijzigd. Behalve in verband met de nieuw aangelegde daktuin, die dient als ontmoetingsplek voor bewoners en medewerkers van Vesteda. Ook het oorspronkelijke dak was afgedicht met zeer dunne kanaalplaten. In nauw overleg met constructeur Van Rossum werd besloten de bestaande constructie te verstevigen, in plaats van een nieuwe stalen constructie over de bestaande constructie aan te brengen, wat bij andere projecten nogal eens gebeurt.

De berekeningen resulteerden in het voorstel voor een versterkte druklaag van gewapend beton. Nadat de oorspronkelijke dakbedekking was verwijderd, is deze laag door de bouwkundig aannemer aangebracht, samen met isolerende korrels. Daar bovenop kwam een laag drukvaste isolatie, plus een nieuwe waterkerende laag.

Groene waterbuffer

Op de waterkerende laag is vervolgens door de Dakdokters een zogeheten polderdak gemonteerd: een waterbuffersysteem van plastic kratten, waarmee 50.000 liter water gebufferd kan worden. Het water wordt gebruikt voor de irrigatie van de beplanting en zorgt voor minder druk op de riolering. Zo is het groene dak niet alleen een unieke ontmoetingsplek voor bewoners en medewerkers met rondom een fraai uitzicht, maar geeft het tevens een stukje natuur terug aan de stad.

Het ontwerp van de daktuin op De Boel komt van landschapsarchitect Karres en Brands.

De projectarchitecten wilden een dak met leefkwaliteit realiseren, met daarin hoog en gevarieerd groen. Een natuurinclusief ontwerp, waarbij kleur en geur variëren al naar gelang het seizoen. Een dak dus, dat veel verdergaat dan een mos-sedum dak. Liefst ook met grotere planten en zelfs heesters. Dat bracht echter direct een volgend vraagstuk mee, want hoe groter de planten, hoe meer ruimte zij nodig hebben om te wortelen en hoe meer vegetatie en dus gewicht ze meebrengen. De oplossing is gevonden door de hoogste beplanting en dikste grondlagen boven de bouwmuren te situeren.

vorige

 

Doordachte details

Bij een geïntegreerd ontwerp moet je volgens De Gunst ‘doordenken tot in de puntjes’. Dat zie je terug in diverse uitgekiende details van De Boel. Zo kun je in de daktuin niet om de extra lange pijpen voor rookgasafvoer van de wtw-installatie heen. Een andere inventieve oplossing is de extra hoge behuizing van de uitgang van de ventilatie. Deze is bewust op barhoogte gemaakt: 1,20 m hoog, zodat je daar lekker op kunt leunen.

De daktuin wordt inmiddels regelmatig bezocht door de flatbewoners. Het bewijs dat hij voldoet aan het gestelde doel: de sociale interactie bevorderen. Galerijflats zijn meestal heel anoniem. Iedereen leeft in zijn eigen cel en deelt alleen dezelfde voordeur naar buiten. Met de daktuin heeft de architect gezorgd voor een heel mooie informele plek, waarin de synergie kan ontstaan tussen bewoners onderling. Maar dan wel zodanig dat je voldoende ruimte en privacy kan hebben.

Projectgegevens De Boel, Amsterdam

Opdrachtgever:

Vesteda, Amsterdam

Architect:

Hans van Heeswijk Architecten, Amsterdam
Projectarchitecten: Dick de Gunst en Stephanie Haumann

Constructeur:

Van Rossum, Amsterdam

Adviseur Installaties:

Huygen Installatie Advies, Amsterdam

Aannemer:

Bouwbedrijf Van der Ley, Amsterdam

Landschapsarchitect:

Beplantingsontwerp: Karres + Brands
Aanleg daktuin: De Dakdokters

Totaal vloeroppervlak:

20.780 m2

Periode:

Start bouw: juni 2015
Oplevering: september 2017