Raboes 20 06 DKVS 5145 lr

Een bontjas van beton

Huis op ‘t Raboes, Eemnes

Kirsten Hannema, januari 2021

Een ‘bontjas van beton’, zo omschrijven architecten Robert-Jan de Kort en Sander van Schaik het buitenverblijf dat ze bouwden bij jachthaven ’t Raboes aan het Eemmeer; midden in een stiltegebied. Op deze plek wilde ondernemer Michel Schoonderbeek een familiehuis bouwen, waarin je leeft met de natuur en dat tegelijk beschermt tegen de elementen. Het moest duurzaam zijn in energiegebruik en gemaakt met ‘pure, eerlijke’ materialen. De ontwerpers hebben die kwaliteiten verenigd in een op maat gemaakt, minimalistisch bouwwerk dat je omhult als een dikke vacht, en de sfeer van een klooster ademt.

Raboes 20 06 DKVS 5507 lr Huis op ’t Raboes, dat je omhult als een dikke vacht (foto: Iwan Baan)

 

Landgoed van de 21e eeuw

Schoonderbeek kocht de jachthaven begin jaren ‘90 in verwaarloosde staat met het idee om het terrein te transformeren tot ‘landgoed van de 21e eeuw’: een plek waar je los komt uit de waan van de dag, om te genieten van de rust terwijl je klust aan je boot. De herontwikkeling nam hij zelf op zich met zijn bedrijf Schipper Bosch, dat projecten ontwikkelt op bijzondere plekken, vaak met jong ontwerptalent. De Belgische architect Jo van de Berge ontwierp een ontvangstgebouw met botenloods met een rubberen gevelbekleding, het Britse bureau Dyvik Kahlen een sanitairgebouw dat voorziet in de energievraag. Het Huis op ’t Raboes, dat als een zwerfkei in het gras ligt, past in deze serie van experimentele gebouwen; De Kort Van Schaik heeft het met behulp van talloze proefstukken en 1:1 schaalmodellen ontworpen en het is ter plekke uitgevoerd door Karbouw, een partner van Schipper Bosch.

vorige

 

Mobiele betoncentrale

Het huis is opgebouwd uit drie volumes - leefruimtes, hoofdslaapkamer en logeerkamers – onderling verbonden door een T-vormige tussenruimte annex entreehal. De architecten hadden aanvankelijk het idee om het in stampbeton uit te voeren, geïnspireerd door het kantoorgebouw dat architectenbureau DMOA daarmee bouwde in Leuven. Vooral de warme, matte textuur van de in lagen gestorte gevels sprak aan; het geheim bleek het ‘chocoladezand’ uit de Leuvense grond. Ze namen een paar zakken mee en gingen op ‘t Raboes aan de slag, maar het poreuze beton bleek te kwetsbaar voor het ruwe klimaat. Ze zochten alternatieve betonsoorten bij de grote betoncentrale in de regio, maar de gewenste kleur bleek niet leverbaar. Een oplossing werd gevonden in de vorm van een mobiele betoncentrale: een betonmolen op een vrachtwagen waarmee je ter plekke grind, zand, water, cement en toeslagen als glasvezel mengt. ‘Op deze manier hadden we veel meer knoppen om vrij nauwkeurig aan te draaien’, aldus de architecten. Het heeft geresulteerd in een gebouw dat veel verfijnder is dan het stampbetonnen voorbeeld, waarbij verschillende materialen en afwerkingen een samenhangend palet vormen.

vorige

 

Sample no. 5

Op locatie onderzochten de ontwerpers met proefstukken hoe ze het beton in een keer konden storten terwijl de sfeer van het stampbeton overeind zou blijven. Ze bepaalden welke houtsoort het beste zou werken als bekisting - ruw, nieuw, hergebruikt – en het effect van de plankdikte op de tektoniek van de gevel. De keus viel op ongeschaafd vurenhout. Qua maatvoering sluiten de planken precies aan op het frakéhout van Platowood dat voor de luifels en het dak is gebruikt. Om de samenstelling van het beton te bepalen, maakten ze vervolgens zes samples. No. 5 gaf de beste plankafdruk; dit recept bestaat uit twee delen wit rijnzand, een deel donker (Leuvens) zand, een deel extra grind, en een deel cement.

vorige

 

Ruwbouw is afbouw

Bij de uitwerking van het ontwerp stond een eenvoudig beeld voorop, zonder zichtbare dilataties. Met behulp van grotere proefstukken bepaalden de ontwerpers de opbouw van de gevel, die bestaat uit een buitenblad van 15 cm beton en een metselwerk binnenspouwblad – gestuukt en afgeschuurd - met daartussen een laag isolatie en een forse spouw waarin de schuifdeuren en –ramen verdwijnen. Ter plaatse van de aluminium kozijnen van de entréepartij is een thermische onderbreking gemaakt, bij het dak en de vloer loopt het beton door.

Voor de gevelbekisting zijn lange planken gebruikt, zodat de gevel vrij zou blijven van stuiknaden. Het ontwerp is per bouwdeel bekist: eerst werd de buitenkant neergezet, daarna de wapening aangebracht waarna de kist van binnenuit werd gesloten en het beton gestort. Wat normaal gesproken ruwbouw is en wordt omkleed, is hier het beeldbepalende deel van de architectuur geworden; je ziet het beton van buiten, maar ervaart het ook in de centrale entreeruimte.

vorige

 

Een betonmix, drie toepassingen

Tijdens het storten van de wanden maakten de architecten een aantal platen die dienden als proefstukken voor de vloer, die is gepolijst. Hetzelfde beton krijgt daarmee een totaal ander aanzien; door het schuren komt de kiezel tevoorschijn en krijg je een gespikkeld materiaal. De vensterbanken zijn tegelijk met de vloeren in het werk gestort, de raamdorpels – als prefab elementen - tegelijk met de wanden, om te voorkomen dat er kleurverschil zou ontstaan. De dorpels zijn iets langer dan de raamopening gemaakt en daarna op maat gezaagd. De plinten zijn ook als prefab elementen ter plekke liggend gestort; hiervoor maakten de bouwers met lange planken mallen naast het huis. De betonnen latten zijn vervolgens op maat gezaagd en gepolijst. Zo is een palet van drie betonvarianten samengesteld, met een plankenbekisting voor de gevel, een gladde bekisting van betonplex voor de raamdorpels, en gepolijste vloeren, vensterbanken en plinten.

vorige

 

Tour de force

Het Huis op ‘t Raboes is meer dan een heerlijk buitenhuis; de architecten hebben het project opgevat als een onderzoek naar hoe je materiaal tot uitdrukking brengt. Daarbij gaat het niet alleen om de vorm en het beton zelf. Het was een ‘tour de force’ om, als een regisseur die een acteur in zijn rol brengt, samen met de bouwers de beoogde uitstraling uit het beton te halen: het gevoel van de ruwe bontjas, de serene kloostersfeer. De ambachtelijke aanpak die daarvoor nodig is, bleek moeilijk te vinden in Nederland, ontdekten de architecten; wie timmert er nog een bekisting als maatpak, en giet beton met eenzelfde aandacht voor detail? Uiteindelijk heeft hoofdaannemer Karbouw dit werk zelf op zich genomen. Wellicht inspireert dit bijzondere project ontwerpers en bouwers om dit verdwenen vak terug te brengen.

Projectgegevens Huis op 't Rabloes, Eemnes

Architect:

De Kort Van Schaik

Opdrachtgevers:

Michel en Greet Schoonderbeek/Schipper Bosch

Hoofdaannemer:

Karbouw

Betonwerk vloer en vensterbanken

Betonreform

Oppervlak:

230 m2