65 002 NCT 066 H Adam Mork lr

Nationaal Kanker Instituut Heidelberg

Cindy Vissering, december 2020

Het Nationaal Kanker Instituut in Heidelberg is tot in het kleinste detail ontworpen om het gevoel van expertise, kracht en betrouwbaarheid uit te stralen. Het hart van het gebouw is vormgegeven met een open, licht en verwelkomend atrium over de volledige vier bouwlagen. Het is de plek waar interactie plaatsvindt tussen medisch personeel, onderzoekers, patiënten en bezoekers. Door de thermische activering van betonplafonds is er een comfortabel klimaat gecreëerd. Het gebouw ademt geen typische ziekenhuisatmosfeer, maar faciliteert wel een efficiënte omgeving voor het geven van diagnoses, behandelingen en zorg voor de patiënten en prettige werkomgeving voor het personeel.

Het Instituut is een samenwerking tussen de Duitse Kankerhulp, het Duitse Kankeronderzoekscentrum in Heidelberg en Heidelberg Universiteitsziekenhuis. Al deze functies vinden integraal plaats in dit gebouw ten behoeve van het bestrijden van kanker.

Geïntegreerd in omgeving

Het ontwerp werd tussen bestaande gebouwen geplaatst en Behnisch Architekten heeft de vorm daarbij laten aansluiten. De oostkant heeft een rechthoekige, strakke vorm gekregen als antwoord op de gebouwmassa ernaast. Aan de westkant ontwikkelt de vorm van het gebouw zich meer vrijelijk. De twee onderste bouwlagen huisvesten de dagkliniek. Hier is een duidelijke visuele link gemaakt met de omringende tuinen door de gevel groen te kleuren en buiten en binnen met elkaar te verbinden door raamopeningen, terrassen en balkons.

vorige

 

Het meest in het oog springend is het vrij gevormde volume dat bovenop de dagkliniek ligt en aan twee kanten uitsteekt. Het overstek geeft vorm aan de hoofdentree (noordzijde) en een buitenruimte (westzijde). In dit volume zijn gespreksruimtes, conferentiezalen en kantoorruimtes. Het monolithisch ogende volume met gestuukte gevel lijkt boven de onderste bouwlagen te zweven en verbindt de twee gebouwvolumes op een natuurlijke manier.

De kelderverdieping wordt aan een zijde van daglicht voorzien door een grote verdiepte tuin. Via een ondergrondse gang wordt er verbinding gemaakt met de andere klinieken op de universiteitscampus.

Open hart

De hoofdentree leidt direct naar het lichte atrium waar alle verkeersstromen bij elkaar komen. Dit is zichtbaar gemaakt door de zwevende trappen die de ruimte doorkruisen. Elke verdieping krijgt hierdoor een ander karakter. Privacy en zicht worden afgewisseld door het gebruik van eiken latten of glas als balustrade. Strategisch geplaatste banken nodigen uit tot pauzeren of een gesprek. Op de eerste verdieping verbreedt de ruimte tot een horecapunt.

Het atrium is goed voorzien van daglicht door de driehoekige daklichten, gevormd door betonschotsen die een hoekige koepel vormen als kroon op het atrium. De gegroepeerde puntige vormen op het dak zorgen voor licht vanaf het noorden, hierdoor wordt oververhitting voorkomen. De ramen kunnen open waardoor het atrium als een schoorsteen werkt en op warme dagen de hete lucht kan afvoeren.

In het midden van het atrium ‘hangt’ een stilteruimte. Zowel de buitenkant als de binnenkant is volledig anders vormgegeven dan de rest van het gebouw. Hierdoor komt de bezoeker van deze ruimte geheel los van de activiteiten om hem heen.

vorige

 

Gewaagde constructie

De twee gebouwdelen hebben verschillende verdiepingshoogtes, het hoogteverschil in de vloeren wordt opgevangen rondom het atrium. De onderste twee bouwlagen hebben een structuur van constructieve wanden van ter plaatse gestort beton dwars op de gevels.

De vrijdragende muurliggers, tevens gevels van het veelhoekige volume, dragen op de constructieve wanden van beide onderliggende gebouwdelen. In de muurliggers zijn voldoende sparingen aangebracht voor daglicht. De gevel is vervolgens geïsoleerd en voorzien van stuukwerk.

De diepliggende kozijnen met een gevarieerde afschuining van de dagkanten geven een speels beeld van de gevel, dat verschilt met de invalsrichting van de zon.

Schoonbeton

Op verschillende plaatsen in het interieur zijn de constructieve wanden in het zicht gelaten, bijvoorbeeld in de verkeersruimtes en de behandelkamers. Hier heeft een bekisting met verticale latten structuur gegeven aan het beton, dat een mooi contrast geeft met de warmte van het hout en frisse kleurtinten.

De vloer van gepolijst beton loopt vanuit het atrium door tot in de verschillende verkeersruimtes. Door het polijsten is de vloer glimmend en wordt het toeslagmateriaal zichtbaar. De overgang in vloerafwerking naar parket of tapijt geeft speciale plekken of een andere afdeling aan.

Door het hele gebouw heen is het constructieve plafond in het zicht gelaten voor een stoere uitstraling en klimaatbeheersing.

vorige

 

Thermisch Actief

Het gebouw is aangesloten op verwarming en koeling via een warmtenet in de universiteitswijk. Om het gebouw zo energiezuinig mogelijk te laten presteren met een comfortabel binnenklimaat zijn verschillende opties bekeken. De beste resultaten werden behaald met natuurlijke ventilatie en thermisch geactiveerd beton. Dit kan zowel voor koelen als verwarmen worden gebruikt. Daar waar nodig vult een lokaal gestuurde klimaatinstallatie op basis van het verwarmen of koelen van de binnenlucht fluctuaties aan. Deze keuze biedt ook voordelen voor het onderhoud en het laag houden van de kosten.

De leidingen voor de thermische activering zijn aan de onderzijde van de vloerconstructie aangebracht. Op deze manier heeft de keuze voor de vloerafwerking geen effect op de klimaatinstallatie. De plafonds worden thermisch actief door ingestorte leidingen waar water het transport van warmte (en koeling) verzorgt. Omdat beton de warmte vasthoudt en uitstraalt naar een koudere ruimte, werken de plafonds als een grote radiator die een zeer lage watertemperatuur vraagt.

De ventilatielucht wordt aangetrokken vanuit een inlaattoren in de tuin. De lucht wordt onder de grond geleid en daar voorverwarmd of -gekoeld. Door de daklichten in het atrium wordt de lucht naar buiten getrokken.

Projectgegevens Nationaal Kanker Instituut Heidelberg

Opdrachtgever:

Deutsche Krebshilfe e.V.

Architect:

Behnisch Architekten

Projectcoördinatie:

B.I.S. GmbH, Beratende Ingenieure Schaaf

Periode:

Competitie 2005
Start bouw 2007
Oplevering 2010

Gebruiksoppervlak:

5.565 m2
180 werkplekken