Barcode Architects Casanova 02 Bacode Architects Wax

Interview Dirk Peters - Barcode Architects

Een nieuwe realiteit

Cindy Vissering, januari 2020

Voor het interview met Dirk Peters spreek ik af op hun kantoor Barcode Architects in het Maritiem District van Rotterdam. Het kantoor ademt een en al gedrevenheid en experiment uit. Rechts een aantal grote maquettes van hoogbouwprojecten, heel veel beeldmateriaal van de eigen projecten en de vensterbanken liggen vol met schetsmaquettes, monsters en kleine experimenten. Ondanks de open structuur waarin een aantal rijen bureaus achter elkaar staan, heerst er een geconcentreerde rust met aan verschillende bureaus gedempt overleg.

Aangezien Barcode Architects momenteel veel hoogbouwprojecten ontwerpt, beginnen we daar.

Verticale leefbaarheid

“De Nederlandse steden raken aan hun grenzen en toch is er vraag naar meer woningen en andere functies. Naarstig wordt gezocht naar binnenstedelijke kavels waarop meer verdichting mogelijk is. Het betekent ook dat de stap naar hoogbouw, zelfs voor middelgrote steden, steeds vaker genomen wordt. Steden die voorheen hun hoogste (kerk)toren respecteerden als skyline, neigen steeds vaker naar nieuwe focuspunten. Zo’n accent in de hoogte geeft vaak een nieuw type centrum in de stad aan: winkelcentra, bioscopen, en ook de woongebouwen rondom de plaatsen waar veel mensen bij elkaar komen.”

Peters vreest dat wanneer ook kleinere steden hoogbouw gaan realiseren, heel Nederland gaat behoren tot één skyline van verschillende hoogbouwconcentraties. Hij hoopt dat de schaal van de kerktorens in de kleinere steden zichtbaar zal blijven. “Hoogbouw moet niet overal in de stad randomtoegepast worden,” vindt hij, “hoogbouw krijgt een meerwaarde wanneer meerdere torens met elkaar gegroepeerd worden. Zo ontstaat er een nieuwe dimensie met de interactie van deze gebouwen. Door de concentratie ontstaat een meer verticale stad.”

De gemeente Rotterdam bijvoorbeeld heeft een hoogbouwzone aangegeven in de lijn van het Centraal Station naar het stadion, die als ‘ruggengraat’ fungeert van de Rotterdamse hoogbouw. Peters vraagt zich af of dat overal gaat werken, want die lijn loopt ook door 19e-eeuwse wijken. In ieder geval vindt hij wat er ontstaat in het Maritiem District positief. Hier wordt een aantal hoogbouwtorens in elkaars nabijheid gerealiseerd, waarbij de bouwhoogte van de bestaande bebouwing, de zogenoemde ‘Rotterdamse laag’ van 15 tot 25 m, wordt gerespecteerd. Bovenop de Rotterdamse laag ontstaat een nieuw maaiveld op hoogte, waar de smallere hoogbouwtoren en de gezamenlijke functies van de woningen gerealiseerd worden.

Barcode Architects realiseert momenteel twee torens in het Maritiem District: the Muse en Casanova. Omdat de torens vrijwel gelijktijdig gerealiseerd worden, zijn de algemene functies voor de woningen van beide torens met elkaar gedeeld, zoals de daktuin van 1.500 m2 en de hotelkamers voor gasten van de bewoners. In de Rotterdamse laag worden naast de openbare en commerciële functies in de plint ook woningen gerealiseerd met balkons aan de straatzijde. Hierdoor ontstaat er meer contact tussen de toren en het maaiveld, wat een impuls geeft aan de leefbaarheid op straatniveau; de wijk gaat meer bruisen.

vorige

 

Utopische gebouwen

“Grote architecten weten steeds de constructeur en het materiaal uit te dagen tot het uiterste,” vindt Peters. Hij ziet dat vooraanstaande architectenbureaus een zeer nauwe samenwerking hebben met innovatieve engineers. Dit resulteert in gebouwen die prikkelen en verwonderen. Dit is ook het streven vanuit Barcode Architects. Ze zijn steeds op zoek naar nieuwe verschijningsvormen, nieuwe technieken en toepassingen. Het fijnste werkt dit wanneer al in een vroeg stadium een multidisciplinair team met elkaar het ontwerpproces ingaat.

De verschillende projecten waar het bureau momenteel aan werkt, hebben elk een specifiek eigen karakter, een eigen thema. Peters vertelt: “Ik werk bewust vanuit de primaire vorm en bouwbare methodiek en laat vervolgens als een kunstenaar deze vorm nadrukkelijk een transformatie ondergaan. Ieder project krijgt hierdoor zijn eigenheid die context-specifiek is. De geëigende uitdrukking op die bepaalde plek. Het gebouw reageert op de omgeving en geeft tegelijkertijd een revitaliserende impuls. We hebben geen echt herkenbare architectonische stijl, zoals architecten als Mies van der Rohe of Zaha Hadid. We creëren meer een new global architecture.”

Zo is het Sluishuis in Amsterdam bijvoorbeeld een getransformeerd dicht bouwblok. Gestart vanuit de eenvoudige basis wordt de vorm vervolgens aangepast in reactie op de omgeving en het gewenste programma. Aan de ene kant is het bouwblok van onderaf vanaf het water omhoog getrokken, zodat er een lichtheid in het blok ontstaat. Aan de tegenoverliggende hoek is het bouwblok getrapt lager gemaakt om aan te sluiten bij de lagere naastliggende bebouwing. Deze manier van werken heeft Peters zich eigen gemaakt in de tijd dat hij werkte bij OMA en Herzog & de Meuron.
In het ontwerp (dat in samenwerking met Bjarke Ingels uit Denemarken is ontstaan) zijn diverse openbare functies opgenomen, zoals de wandelroute naar het uitkijkpunt bovenop het gebouw en de openbare binnenplaats die met een bootje vanaf het water te bereiken is. In de plint zijn verschillende commerciële functies opgenomen.

vorige

 

Starten in crisistijd

Barcode Architects is in 2009 opgericht door Dirk Peters en in 2010 sloot Caro van de Venne aan. Peters en Van de Venne kenden elkaar al van hun gezamenlijke tijd bij Herzog & de Meuron, ze hadden toen al het idee om samen een bureau te starten. “Het aparte is, toen ik die directie zo hard zag werken (bijna dag en nacht) dat ik dacht: ‘nooit op die manier’. Maar nu sta ik hier en zet ik me op eenzelfde manier 100% in voor het bureau.” Deze passie en gedrevenheid vindt hij ook terug in het team. De beloning voor het harde werken zit ook deels in het bereiken van zulke fantastische resultaten met elkaar.

Midden in de crisis starten met een eigen bureau was een uitdaging. Ze hadden het geluk dat Peters bij OMA verantwoordelijk was voor de inschrijving voor de prijsvraag voor een nieuwe bibliotheek in Caen la Mer. Toen OMA geselecteerd werd voor de uitwerking, werd het nieuwe bureau van Peters benaderd om dit plan samen uit te voeren. Dit project was een goed vliegwiel voor de start van het bureau.

Van de Venne en Peters hebben aan enkele woorden genoeg om elkaar te begrijpen en hebben beiden grote projectteams aangestuurd (Van de Venne heeft ook bij Foster+Partners gewerkt). Met deze samenwerking kunnen zij hun expertises bundelen en met overtuigingskracht een nieuwe realiteit neerleggen door hun grote slagkracht en snelheid van werken op complexe projecten. Binnen de teams worden architecten specifiek vrij gemaakt om architectonische innovaties te onderzoeken, zoals het werken met AR en VR. “Het is een fantastisch proces waarin we steeds sneller met elkaar kunnen communiceren en ontwerpen”, zegt Peters, “Door deze nieuwe communicatievormen kunnen we makkelijk samenwerken met partijen aan de andere kant van de wereld en kan het modelleren 24 uur per dag doorgaan.”

Op de grens van het onmogelijke

Peters ziet dat tijdens de crisisjaren een meer experimentele en onderzoekende houding in de bouw is ontstaan. Gelukkig houdt deze stand en kunnen de innovaties door de groeiende budgetten nu ook in projecten worden toegepast. Gedurende de crisisjaren is een aantal interessante experimenten verder ontwikkeld, zoals (ultra)hogesterktebeton en 3D-printen met beton.

Hij denkt dat in de komende tien jaar verschillende actuele thema’s op het gebied van bouwmaterialen de boventoon blijven voeren: flexibiliteit, duurzaam bouwen en natuurlijk circulariteit. Hij gelooft dat de sterke traditie van het bouwen met beton in Nederland niet zo gauw minder zal worden. Peters verwacht hierdoor geen drastische nieuwe bouwmethodes, wel een verschuiving naar het nadenken over het hergebruik van gebouwen en onderdelen en dus de mogelijkheid om delen weer uit elkaar te kunnen halen.

“Wat mij betreft gaat het niet om het mogelijk maken van specifieke gebouwvormen,” besluit Peters, al ziet hij wel meer grote torens en een nieuwe stijl van pixelarchitectuur zoals gestapelde terraswoningbouw ontstaan. “Het gaat mij meer om de uitdaging van het invullen van het programma, inclusief de bouwfysische uitdagingen, dan het materiaal architectonische experiment. Zoals bij het Sluishuis: dit is meer een logische opbouw van de nu mogelijke architectuur dan dat het een nieuwe complexe realiteit in het materiaal is.”