CKK Jordanki Picado 2 MenisArquitectos.jpg

Bewerkt betonoppervlak

Naast de structuur en textuur die door mallen op het betonoppervlak overgedragen kunnen worden, is het ook mogelijk om een textuur aan te brengen door bewerking van het oppervlak. Hiermee zijn verschillende texturen te verkrijgen van een spiegelend glad, zeer dicht oppervlak tot een ruig en ruw oppervlak.

Bewerkingsmethoden waarbij de cementhuid in meer of mindere mate wordt verwijderd zijn:

  • Wassen
  • Zuren
  • (Stof)stralen
  • Polijsten
  • Boucharderen, frijnen, frezen

Na bewerking van het betonoppervlak, zoals door stralen en wassen, zijn poriën niet of nauwelijks waarneembaar in het ruwe oppervlak omdat de gladdere cementhuid is verwijderd. Bij slijpen en polijsten ontstaan onvermijdelijk kleine holten. Deze worden tijdens het productieproces weer ingewassen, zodat een geheel glad, zeer dicht oppervlak ontstaat.

vorige

 

Wassen

De cementhuid wordt verwijderd door het betonoppervlak uit te wassen met water. De cementsteen wordt verwijderd en de granulaten worden blootgelegd aan het oppervlak. Dit is mogelijk door de mal kort voor het betonstorten te voorzien van een vertrager, of een bindmiddelvertrager aan te brengen op vers gestort beton waardoor het proces van cementhydratatie vertraagt.

Vertragers kunnen met een verschillende dieptewerking worden ingezet, variërend van 0 tot 4 mm diep. Deze methode is geschikt om het grove granulaat zichtbaar te maken. Het uiterlijk en de mate van reliëf van het betonoppervlak kan sterk verschillen, afhankelijk van de vorm (rond of gebroken), het soort granulaat (natuursteen) en de korrelgrootte. De diepte van het wegwassen van de betonhuid bepaalt of de kleinere of de grotere granulaten zichtbaar worden. Het effect en diepte van de behandeling moet proefondervindelijk worden vastgesteld.

Met behulp van vertragers is het zelfs mogelijk een fotografische afbeelding in het oppervlak te ‘etsen’. Door in de mal een folie te plaatsen waarop de vertrager volgens een puntjespatroon is aangebracht, kan de vertrager puntsgewijs inwerken op het oppervlak.

Na het wassen van het oppervlak is de cementhuid verdwenen op de plaats van de puntjes. Het puntjespatroon verschilt in kleur van de cementhuid waardoor er een pixelvormige afbeelding in het betonoppervlak verschijnt.

Zuren

De cementhuid wordt verwijderd met een sterk zuur. Deze methode is geschikt voor het blootleggen van kleine granulaten en heeft een geringe inwerkingsdiepte.

Het betonoppervlak blijft glad, zonder reliëf, het zand en de grove toeslag worden zichtbaar. Er ontstaat een oppervlak dat is te vergelijken met zandsteen. Deze methode is niet geschikt voor kalkhoudend toeslagmateriaal zoals bijvoorbeeld marmer, omdat het zuur dit materiaal aantast.

Stofstralen, stralen

De cementhuid die hooguit een dikte heeft van 1 mm, wordt verwijderd door het stralen met straalgrit. Stofstralen resulteert in een licht ruw oppervlak met een egale zandkorrelstructuur. Ook de granulaten worden, afhankelijk van de hardheid en het type straalgrit, aangetast door de behandeling en krijgen hierdoor een ruw oppervlak. Deze oppervlaktebewerking maakt de kristallijne structuur van de toeslagmaterialen zichtbaar. Hoe dieper wordt gestraald, des te meer er zichtbaar wordt van de toeslagmaterialen. Ook wordt het oppervlak matter door de intensieve bewerking van het materiaal.

Polijsten

Het betonoppervlak wordt eerst geslepen en daarna gepolijst met steeds fijnere schuurmiddelen. De bovenste laag van het oppervlak wordt verwijderd zodanig dat de grovere toeslagmaterialen aan het oppervlak komen te liggen. Een betonoppervlak wordt door verschillende slijp- en polijstgangen steeds gladder.

Tussentijds worden eventuele poriën en holten ingewassen. Schitteringen, glansverschillen en kleurnuances in het oppervlak komen helder tevoorschijn, door het oppervlak na het polijsten te voorzien van een kleurloze laklaag. De verschillen in glas ontstaan doordat de gepolijste natuursteendelen in het oppervlak meer glimmen dan de vulstoffen en de cementsteen. Hoe gladder het gepolijste oppervlak, hoe sprekender de kleur is. Bij transparante gelakte oppervlakken zijn de kleuren bovendien intensiever.

Picado Menis Arquitectos Nabewerking van het betonoppervlak vergt veel ambachtelijke vaardigheid (foto Menis Arquitectos)

 

Boucharderen, frijnen en frezen

Dit zijn nabewerkingstechnieken die afkomstig zijn uit de natuursteensector. In fabrieksomstandigheden kunnen deze technieken geautomatiseerd worden uitgevoerd, met de hand vergt het veel ambachtelijke vaardigheid.

Boucharderen is het opruwen van het oppervlak met een bouchardeerhamer. Deze stalen hamer bestaat uit fijne punten. Hierdoor wordt van het gehele oppervlak een gedeelte afgeslagen en komen de granulaten in het zicht.

Met frijnen wordt ook een laag van het gehele oppervlak gehaald. Bij deze techniek blijft het patroon van de aanslag van de beitels zichtbaar, meestal in lange lijnen.

Frezen kan worden ingezet om reliëfpatronen in het beton te maken. Er wordt een keuze gemaakt welke delen al dan niet gefreesd worden.