Centerpengaten

Schoonbeton goed specificeren

De esthetische kwaliteit van beton wordt zowel in de ontwerpfase als in de uitvoeringsfase door veel aspecten bepaald. De aspecten waar de architect in de ontwerpfase rekening mee kan houden, staan omschreven in Ontwerpaspecten schoonbeton. Voorafgaand aan de uitvoering moeten al beslissingen worden genomen en keuzes worden gemaakt. Het is aan te bevelen vooraf heldere afspraken te maken over welk resultaat wordt verlangd en welke afwijkingen acceptabel zijn. Een goede en tijdige communicatie is daarbij van groot belang.

De ontwerpresultaten van de architect (en de constructeur) zullen worden weergegeven in de projectspecificatie (bestek) van het project. In deze specificatie, veelal gebaseerd op de standaardbestekken STABU of RAW, wordt voor het ontwerp en de uitvoering verwezen naar de betonvoorschriften. De besteksbepalingen over de uitvoering van schoonbeton verwijzen naar de norm NEN-EN 13760 ‘Vervaardigen betonconstructies’ en NEN 8670 ‘Aanvullende voorschriften vervaardiging’. In deze norm zijn beoordelingsklassen opgenomen voor de oppervlakken van beton. Voor oppervlakken met esthetische eisen geldt klasse B. De eisen voor klasse B moeten in de projectspecificatie nader zijn opgenomen. Bij bijzondere toepassingen zal de ontwerper/bestekschrijver zijn eisen onder ‘klasse B’ moeten omschrijven.

Omschrijf deze eisen aan de hand van een eenduidige specificatie, zoals omschreven in CUR-Aanbeveling 100 Schoonbeton – Specificatie, uitvoering en beoordeling van betonoppervlakken waaraan esthetische eisen worden gesteld. Hierin zijn aanbevelingen gedaan voor specificatie en beoordeling van schoonbeton. Het is een nuttig hulpmiddel voor het maken van afspraken, in woorden en getallen.

vorige

 

Esthetische kwaliteit vastleggen

CUR-aanbeveling 100 geeft een goede handleiding hoe die afspraken vorm te geven. Het volstaat echter niet om in een project alleen aan te geven dat er volgens CUR-Aanbeveling 100 gewerkt moet worden. Er moeten aanvullende afspraken worden gemaakt over bekistingsoppervlak, plaatnaden en centerpenpatroon, afwerking van centerpengaten, profilering van hoeken, aftekenen van schroef- en spijkergaten. Deze aspecten moeten worden vastgelegd in een projectspecificatie. CUR-Aanbeveling 100 geeft hiertoe eenduidige specificaties en omschrijvingen die gebruikt kunnen worden.

Schema positie CUR 100 vierkant Schema dat de positie van CUR-Aanbeveling 100 Schoonbeton in de klassen B1, B2 en B9 laat zien ten opzichte van standaard beton in klasse A en beton zonder esthetische eisen in klasse C (bron: CUR-Aanbeveling 100).

 

Vroegtijdig overleg over de wensen en een goede specificatie van het schoonbeton met beoordelingsaspecten en eisen, aangevuld met eventuele monsters, voorkomt teleurstelling achteraf. Deze CUR-Aanbeveling levert een bijdrage aan het duidelijk kunnen vastleggen van de wensen. Zo wordt vastgelegd welke aspecten voor de daadwerkelijke uitvoering ten minste bekend of geregeld moeten zijn en voor welke optionele aspecten dit wenselijk is.

Het eerste deel van deze aanbeveling geeft richtlijnen voor de ontwerper om zijn ideeën en eisen goed te formuleren/specificeren. Het tweede deel geeft aanwijzingen voor een goede uitvoering door de aannemer/producent en de beoordeling van betonoppervlakken. Een belangrijke bijlage van de richtlijn is de grijsschaal. Dit is een staalkaart met grijstinten voor het betonuiterlijk. Hiermee is het mogelijk vooraf een streefwaarde vast te leggen en achteraf te beoordelen. In hoofdstuk 4 ‘Classificatie’ van de aanbeveling is een indeling aangegeven van de mogelijke typen van schoonbeton.

Samenwerken aan uitvoering

CUR-Aanbeveling 100 is ontstaan vanuit de behoefte van verschillende partijen om het samenwerken aan een mooi beeld vorm te geven. In Cement 2014/2 is onder de titel Samenwerken aan schoonbeton een artikel verschenen van de hand van Theo van Wolfswinkel (ABT) en Hans Köhne (Cement&BetonCentrum) over de herziene CUR-Aanbeveling 100. Daarin wordt ook het belang van samenwerken in de praktijk omschreven.

Keuze voor de uitvoeringsmethode heeft een effect op het aanzicht van het beton wanneer het uit de kist komt. De bekisting staat niet op zichzelf, maar beide kistdelen moeten bijvoorbeeld aan elkaar verbonden worden voor stevigheid tijdens de stort. Dit laat een afdruk achter in het beton. De architect kan kiezen om dit weg te laten werken of deze punten juist aan te wenden om het gewenste sfeerbeeld te versterken. Zie voor meer van dit soort aspecten Ontwerpaspecten van schoonbeton.

Techniek gestort proefwand Een proefwand maakt duidelijk of en hoe het gewenste resultaat haalbaar is. Het is de referentie voor het te maken werk (foto Henk Oude Kempers)

 

Referenties en proefstort

Bij het specificeren van het uiterlijk kan men gebruik maken van verschillende methoden om tot een keuze van het oppervlak te komen. De volgende methoden kunnen in de projectspecificatie worden aangehouden: de eigen omschrijving van dit uiterlijk, een verwijzing naar een al gerealiseerd referentieproject, de verwijzing naar overeen te komen proefplaten of proefstorten.

In die gevallen dat de ontwerper een zo gewaardeerde weg inslaat en komt tot bijzondere esthetische eisen, is het raadzaam om dit te doen via proefplaten of proefstorten. Deze proeven kunnen samen met de adviseur en een aannemer worden opgezet. Het is raadzaam dit te doen voordat de projectspecificatie (bestek) wordt afgerond. De resultaten van de proeven en de daarbij behorende kostenaspecten en de keuringscriteria kunnen dan daarin worden omschreven.

Keuring en controle

Na het ontkisten en op een overeengekomen tijdstip moeten de oppervlakken worden beoordeeld en getoetst aan de eisen uit de projectspecificatie c.q. overeengekomen proefplaten. Veelal heeft een eerste keuring plaats na het ontkisten en een tweede keuring net voor de oplevering of aflevering van het onderdeel. Meestal kan worden volstaan met een visuele beoordeling, waarbij vooral wordt gekeken naar kleurverschillen, luchtbellen en randafwerkingen. Bij ter plaatse gestort beton vooral bij de aftekening van stortnaden, grindnesten en luchtbellen.

In CUR-Aanbeveling 100 zijn keuringscriteria opgenomen. Bij de beoordeling zijn maatafwijkingen (naden, vlakheid) vaak minder storend dan kleur- en structuurverschillen of afwijkingen bij stortnaden. Bij prefabricage moet er aandacht zijn voor de beheersing van kalkstrepen (of regenstrepen) aan het betonoppervlak. Deze kunnen ontstaan als de elementen na het ontkisten in buitenopslag (regen, wind) gaan. Vooraf aan de contractafronding moet duidelijk zijn (projectspecificatie) welke maatregelen moeten worden genomen om aftekening van kalkstrepen te beperken. Beperking is mogelijk door het nemen van extra maatregelen, die dus ook extra kosten met zich meebrengen (opslag binnen, afdekken). Zie ook Kalkuitslag beperken.

Herstel van onvolkomenheden

Het algemene uitgangspunt bij schoonbeton moet zijn dat na het ontkisten het resultaat moet voldoen aan de overeengekomen uitgangspunten. Reparaties zijn ongewenst omdat aftekening hiervan nooit helemaal is weg te werken. Ondanks een goed geformuleerde projectspecificatie en inspanningen van aannemer/producent kan het gebeuren dat de resultaten niet overal voldoen aan de verwachtingen. Men moet dan toch kunnen kiezen voor hersteltechnieken. Reparaties zijn te onderscheiden in constructieve reparaties (grindnesten, dichtheid, dekking en dergelijke) en cosmetische reparaties. Bij schoonbeton zal overwegend sprake zijn van cosmetische afwerkingen en reparaties. In de aanbeveling zijn aanwijzingen opgenomen om betonoppervlakken na te bewerken door sponsen, schuren en verzegelen. Het is verstandig in de calculatie van schoonbeton rekening te houden met enige corrigerende afwerkingen.

Model-werkplan

In CUR-Aanbeveling 100 wordt aanbevolen om een werkplan schoonbeton op te stellen. Betonhuis Cement heeft hiervoor een model-werkplan opgezet, dat hieronder gratis te downloaden is. In CUR-Aanbeveling 100 zelf wordt verwezen naar dit model.

Dit model-werkplan is afgestemd op in het werk gestort schoonbeton in de oppervlakteklasse B1 ‘glad, grijs, zonder nabewerking’. Voor al het andere dan ‘glad, grijs, zonder nabewerking’ geldt oppervlakteklasse B9. Bij de opzet van een werkplan voor schoonbetonwerk dat valt in oppervlakteklasse B9 moet vooral ook gebruik worden gemaakt van referenties zoals projecten en publicaties en van proefstorten.

Het werkplan moet voor de start van de uitvoering ter toetsing aan de opdrachtgever worden aangeboden. Gekwalificeerde aannemers en producenten hebben ervaring met het werken met kwaliteits- c.q. werkplannen. Bij de selectie van de opdrachtnemer is het van belang dat deze de ervaringen en de referenties van de uitvoering van schoonbeton kan overleggen.

Bij het model-werkplan horen ook model-keuringsformulieren voor zowel in het werk gestort als geprefabriceerd.

Opsteller van het model-werkplan is ing. Henk Oude Kempers, gerespecteerd expert in kwaliteitsbeheersing voor schoonbeton. Zijn brede kennis en ervaring komen op deze wijze ten goede aan betonbouwend Nederland.

Downloads

Bewerkbare bestanden (Word en Excel-files) zijn hier te downloaden: